Vrijmetselarij Loge Groot Nederland

Zoek op website van Groot Nederland

Go to content

De 10 Ossen

Diversen



Het zoeken naar de os.


Er is op allerlei manieren over het pad van zen geschreven. Een van de beste manieren om de essentie ervan te begrijpen is echter door middel van de afbeeldingen die het zoeken naar de os voorstellen. Dit is een serie tekeningen die het verhaal vertellen van de fases waar een zenbeoefenaar doorheen gaat terwijl hij op zoek is naar zijn ware aard, deze vindt en er vervolgens naar leeft. Bij deze afbeeldingen staat de os voor de boeddha-aard, het ware zelf en de herdersjongen voor de mens. Misschien zijn de paden die door de tekeningen in beeld worden gebracht analoog aan de niveaus van spirituele ontwikkeling zoals die ook door christelijke mystici worden beschreven. De afbeeldingen zijn sinds het moment waarop ze ten tijde van de Soeng-dynastie in China werden vervaardigd gebruikt om de zenleer in beeld te brengen. er bestaan verschillende versies, met bijbehoorende interpretaties, commentaren en gedichten. De meest bekende is die van de hand van de Chinese tsj'aan-meester K'wo-aan Tsj'e-juaan. we geven hier zijn woorden weer in de vertaling van D.T.Suzuki.

_____________________________________________

Het zoeken naar de Os

Het dier is nooit verdwaald. Waarom zouden wij hem zoeken? De herder staat niet op vertrouwde voet met hem omdat hij zijn eigen ware aard geweld heeft aangedaan. Het dier is verdwaald doordat de herder zich heeft laten misleiden door zijn zintuigen en zelf van de weg is geraakt. Zijn thuis wijkt steeds verder terug, hij laat zich door zijwegen en kruispunten om de tuin leiden. Verlangen naar winst en angst voor verlies branden als vuur, ideeen over goed en kwaad schieten op als een slagorde .

Alleen in de wildernis, verdwaald in het oerwoud, blijft de jongen maar zoeken!

Bruisende wateren, bergen in de verte en het eindeloze pad.

Hij is uitgeput en wanhopig. Waar moet hij heen?

Hij hoort enkel de avondkrekels tsjirpen in het esdoornbos.


De eerste afbeelding geeft het begin aan van de innerlijke oog van het spirituele pad. Iemand wordt zich bewust van de mogelijkheid tot verlichting en gaat ernaar op zoek. Hij beseft dat de uiterlijke wereld geen blijvend genoegen verschaft en richt zijn aandacht op zijn bewustzijn. Op dat moment raakt hij waarschijnlijk in de war door de wirwar van paden die scheinbaar de weg naar bevrijding wijzen. Elk pad lijkt te zeggen: " Volg mij als je jezelf wilt vinden, bevrijd je van het lijden en kom tot verlichting. " Die verandering van waarden, waneer de werledse verlangens komen te staan naast de spirituele eerzucht, gaat vaak gepaard met een gevoel van opgetogenheid en opwinding.



De voetsporen zien


Met behulp van soetra's en door de leerstellingen aan een onderzoek onderwerpen, is hij iets gaan beseffen : hij heeft de voetsporen gevonden. Nu weet hij dat alle vaten, hoeverschillend ook, van goud zijn en dat de obkectieve wereld een afspiegeling is van het hogere zelf. hij kan echter nog niet van kwaad onderscheiden, zijn geest is nog in de war over wat waarheid , wat valsheid is. Omdat hij nog niet door de poort is gegaan, wordt voorlopig van hem gezegt dat hij de voetafdrukken heeft opgemerkt.

Onder de bomen bij de rivier ziet hij her en der de voetafdrukken van het verdwaalde dier

Dicht groeit het geurige gras- heeft hij de weg gevonden ?

Dwaalt het dier soms rond in verafgelegen heuvels ?

Niets kan de neus die naar de hemel wijst verbergen.


De tweede afbeelding laat zien dat de zoeker een begin heeft gemaakt met het bestuderen van een wijsheidsleer, in dit geval het boeddhisme. Bij deze fase van het zoeken gaat het om intellectuele kennis. De zoeker wordt een serieuze leerling, hij of zij heeft voor zijn of haar gevoel het juiste pad gevonden.!



De Os zien


De jongen baant zich een weg door af te gaan op het geluid. Zo schouwt hij de oorsprong van de dingen, al zijn zintuigen zijn in harmonie. Hij is duidelijk aanwezig in alles wat hij doet. Het is als zout in water, kleurstof in verf. (Het is daarin echter niet te onderscheiden als individuele entiteit.). Wie het oog op de juiste manier richt, merkt : het is niets anders dan hijzelf.

Op gindse tak kwinkeleert vrolijk een nachtegaal,

warm is de zon, zoel blaast de wind, groen zijn de wilgen langs de oever.

Daar is de os, hij kan zich niet verbergen.

Welke schilder kan die prachtige kop met die fiere horens weergeven?


Op de derde afbeelding wordt de aandacht verlegd van de esoterische leer naar de directe ervaring. De oorsprong is blijkbaar te vinden in de geluiden, de dagelijkse bezigheden en de zes zintuigen. In deze fase wordt de leerling een beoefenaar die bewust verlicht is en niet langer de voetafdrukken zoekt of volgt. Je weet : de os is in alle paden, de zoeker en het woud. Dit is een fase van inzicht die zich door verdere discipline moet stabiliseren. Je hebt een glimp opgevangen van de verlichting, maar je moet je best doen haar te ontwikkelen tot een blijvend licht.



De Os vangen


Lang heeft de jongen in de wildernis rondgedwaald, maar eindelijk heeft hij de os gevonden en de hand op hem gelegd. Vanwege de geweldige druk van de buitenwereld is de os moeilijk in bedwang te houden. hij verlangt aldoor naar de zoetgeurige velden. Hij is nog steeds onhandelbaar, zijn wilde aard weigert zich te laten temmen. Wil de herder de os volkomen in harmonie met zichzelf brengen, dan moet hij beslist met vrije hand de zweep hanteren.

Eindelijk heeft de jongen met heel zijn energie en heel zijn wezen de os bij de horens gevat:

zijn wil is wild, zijn kracht onbeheersbaar!

Af en toe stormt hij naar een hoogvlakte

en gaat daar waarempel weer schuil in de mistige, ondoordringbare bergpas!


Op de vierde afbeelding is de os koppig , ongetemd en vol wilde kracht. De beoefenaar moet op elk levensterrein zelfdiscipline betrachten. In deze fase kan de energie die vrijkomt zowel creatief als destructief zijn. De beoefenaar moet zichzelf blijven en men raadt hem aan waarachtigheid, mededogen en geweldloosheid (niet-beschadigen) te betrachten.



De Os temmen


Komt er een gedachte op, dan volgt een tweede, een derde. Zo ontstaat een eindeloze stroom van gedachten. Door verlichting wordt alles tot waarheid ; als valsheid overheert, treedt er verwarring op. Bechoocheling ontstaat niet door een objectieve wereld, zij is het gevolg van een geest die zichzelf voor het lapje houdt.Houd de neusring strak, houd hem stevig vast en laat geen greintje twijfel toe.

De jongen mag onder geen beding zweep en touw loslaten,

anders kan het dier afdwalen en zich op zijwegen begeven.

Is hij goed gedresserd, dan laat hij zich gewillig leiden.

Hij wordt zuiver en volgzaam;

ontkentend en niet-gebonden volgt hij de herder uit eigen vrije wil.


De vijfde afbeelding is een stadium van gevorderde training, waarin je moeiteloos vriendschap sluit met je ware aard. De gevorderde oefenaar laat de disciplines uit een eerder stadium los en overstijgt zelfs het onderscheid tussen waarheid en illusie. Het heeft geen zin meer onderscheid te maken tussen het sprituele en het gewone leven, je sluit vriendschap met de beperkingen van het ego. De os wordt een vrije metgezel, de beweging is evenwichtig.



Huiswaarts op de rug van de Os


De strijd is gestreden: hij bekommert zich niet meer om winst en verlies. Hij neuriet het lied van de houthakker, hij zingt de simpele deuntjes van de dorpsjongen. Schrijlings op de rug van de os gezeten, zijn ogen, die gericht zijn op niet- aardse zaken, aards. Roep je hem aan, dan draait hij zijn hoofd niet om. Al wordt hij in de verleiding gebracht, hij is niet meer te stuiten..


Rijdend op de os, keert hij op zijn gemak huiswaarts.

Hoe klankrijk verdwijnt, gehuld in avondnevel, de fluit!

Hij zingt een deuntje, slaat de maat, zijn hart is vol onbeschrijfelijke vreugde

Moeten we nog zeggen dat hij nu een is die weet ?


Op deze tekening staat afgebeeld hoe de wijze op zijn gemak op de os naar huis rijdt. " De strijd is gestreden: hij bekommert zich niet meer om 'winst' en 'verlies' ." In dit stadium straalt de wijze verlichting uit, zijn daden kenmerken zich door eenvoud, natuurlijkheid, spontaniteit en sereniteit. De wijze gaat op in de gewone stroom des levens, maar de subtiele illusie van de os als afzonderlijke entiteit blijft bestaan.




De Os vergeten, de man alleen.


De dharma's zijn een, de os is een symbool. Je weet dat je geen strik of fuik nodig hebt, maar de haas of de vis. Het is als goud en droesem, als de maan die achter de wolken tevoorschijn piept. De ene lichtstraal, sereen en doordringend, schijnt zelfs voor de aanvang van de schepping.


Schrijlings op de os gezeten, komt hij eindelijk thuis

en kijk, er is geen os meer, hij zit alleen in alle rust.

Ook al staat de rode zon hoog aan de hemel, hij zit nog stil te dromen.

Onder het strodak liggen zijn zweep en zijn touw ledig te wachten.


Op de zevende afbeelding zijn de twee een geworden. De zoeker is naar huis gekeerd . De wijze beschouwt het zelf nu als de volledige uitting van zijn ware aard, hij heeft geen ideeen of beoefening meer nodig. Wie onderscheid meer maakt, geniet van eenzaamheid en sereniteit.



Os en man beidde uit het zicht verdwenen.


Alle verwarring is voorbij, er is enkel sereniteit. Zelfs de idee van heiligheid geldt niet meer, hij verwijlt niet op de plek waar de Boeddha zich bevindt en wat betreft de plek waar de Boeddha niet is , daaraan gaat hij snel voorbij. Er is geen sprake van dualisme, dan kan zelfs een wezen met duizend ogen geen gaatje ontdekken.. Heiligheid waaraan vogels bloemen offeren is slechts schijnheiligheid.


Alles leeg - zweep, touw, man , os.

Wie omvademt ooit de uitgestrekheid van de hemel?

Op een oven die laaiend brandt kan geen sneeuwvlok vallen.

Is die toestand bereikt, dan openbaart zicht de geest van de oude meester


De achtste afbeelding, de lege circel, houdt verband met de dharmakaya, het rijk van de causaliteit, waarin het bewustzijn zich zijn vroegere eenheid herinnert als niet-iets. In de dharmakaya bestaan geen theorieen of mensen die er theorieen op na houden. De barrieres van de illusie zijn in lucht opgegaan en een diepe staat van leegte staat open voor de volheid van het leven. De idee van verlichting is overstegen. Individueel bewustzijn gaat op in de oorsprong waaruit het ontstond.




Terugkeer naar de oorsprong, terug naar de bron.


De mens, van meet af aan zuiver en onbevlekt, is nooit aangeraakt door bezoeling. Hij ziet alles groeien en vertoeft zelf in de onbeweegelijke sereniteit van niet- vastleggen. Hij indentificeert zich niet met de maya-achtige transformaties (die zich om hem heen voltrekken) en ook niet met zijn innerlijke belevingswereld. ( die kunstmatig tot stand is gekomen), Het water is blauw, de bergen zijn groen. In z'n eentje slaat hij de veranderingen om zich heen gade.


Terugkeren naar de oorsprong, terug zijn bij de bron - al mis!

Je doet er beter aan thuis te blijven, blind, doof en zonder gedoe.

In de hut gezeten, neemt hij geen kennis van de dingen daarbuiten.

Waarvandaan vloeien de stromen,

voor wie zijn de bloemen helder rood?


Op de negende afbeelding wordt vormloos bewustzijn weer tot vorm, zonder dat het zijn vormloosheid verliest. Vorm moest opgaan in leegte voor ze tot bron kon worden. Nu smelt leegte tot lente. Geen streven. je neemt waar dat alles is begrepen in eindeloze verandering.





De stad betreden met handen die zaligheid schenken


De poort van zijn met riet gedekte hut is dicht, zelf de meest wijze kent hem niet. Men vangt geen glimp op van zijn innerlijk leven.Hij gaat zijn eigen gang zonder in de voetsporen van de oude wijze te treden. Hij gaat met zijn kalebas naar de markt en keert leunend op zijn staf huiswaarts. Men treft hem aan bij drinkebroeders en slagers. Hij en zij worden allen tot boeddha's.


Met ontbloot bovenlijf en barrevoets komt hij aan op de markt;

Hij zit onder de modder en as, maar glimlacht breed!

Geen behoefde aan wonderbaarlijke macht van de goden,

hij raakt aan en, kijk, dode bomen staan in de bloei.


Op de tiende afbeelding zijn zowel een- als tweeheid uitgewist. de wijze wordt hier afgebeeld terwijl hij als een bodhisaatva, die persoonlijke bevrijding verzaakt om anderen te helpen, terugkeert naar de mensenwereld van het dagelijkse leven. Open handen staan voor volmaakte leegte, men doet geen poging de wijzen van weleer te volgen. De verlichte openbaart in alle vreugde verlichting en volgt geen pad.


Kalebas = Symbool van de leegte (sunyata)

Staf = Hij heeft geen extra bezit, hij weet : verlangen naar bezit is de vloek van het menselijke bestaan.


Home Page | De Loge | Vrijmetselarij | Geschiedenis | Diversen | Leden | Contact | Site Map


Back to content | Back to main menu