Main menu:
Diversen
De Tempelieren
De oprichters waren Hugo de Payens en Geoffroi van St. Aldema. Samen met zeven andere ridders noemden ze zich in eerste instantie de "Pauvres chevaliers du Christ". Waarschijnlijk waren de eerste negen ridders:Hugh de Payen, André de Montbard, Geoffroi de St. Omer, Payen de Montdidier, Achambaud de St.-Amand, Geoffroi Bisol, Gondemare, Rosal enGodfroi. Ze plaatsten zich onder bescherming van de koning van Jeruzalem, Boudewijn II, die een vleugel van zijn paleis voor hen ter beschikking stelde. Deze vleugel stond boven de vroegere tempel van Salomo. Hier komt ook de naam Tempelieren, of het Latijnse "fratres militiae Templi" vandaan. De heerser van Jeruzalem gaf de nieuwe orde ook het recht om het dubbel kruisteken van Lorraine te dragen als hun ordeteken. De Tempelieren waren net zoals de Johannieters een orde die instonden voor de bescherming van het Heilige Land, maar hadden niet zozeer het verzorgen van de pelgrims tot doel. Ze hadden dus eerder een militaristische functie en leefden dan ook naar deze regel toe. Dit is de hoofdreden voor het stichten van de orde. Maar in de eerste tien jaren zou dit fysiek onmogelijk zijn. Je kan met negen ridders van middelbare leeftijd de pelgrims op weg van Jaffa tot Jeruzalem niet beschermen tegen bandieten en rovers. Daardoor waren hun daden in de eerste 10 jaar totaal anders, ze spendeerden ze om een aantal tunnels onder hun kwartieren in de tempel uit te graven en te verkennen. Deze taken werden voltooid onder toezicht van de koning van Jeruzalem. Bij het heropenen van de tunnels werd er een Koperen Boekrol gevonden waarop de plaatsen staan beschreven waar de zogenaamde "Schatten van de Tempel van Jeruzalem" begraven liggen. Veel van deze plaatsen zijn geopend, maar er werden alleen tekenen van de Tempelieren hun werk gevonden, maar niet van deze schatten. Na de opgravingen gingen Hugh de Payens en André de Montbard naar Engeland om daarna door te reizen naar Schotland waar ze in Roslin verbleven. Hier stichtten ze hun hoofdkwartieren van Schotland. Het oudste terrein van de Tempelieren, vroeger Ballontrodoch genaamd, is nu naar de Tempelieren genaamd.
eerste jaren werden de leefregels van de Tempelieren alleen mondeling doorgegeven, maar al spoedig voelden zij de behoefte aan een schriftelijke vorm. Daartoe trok Hugo de Payens naar Frankrijk, waar op initiatief van Bernard van Clairvaux in 1128 in Troyes een groot concilie werd belegd in aanwezigheid van de belangrijkste kerkelijke personen van die tijd. Dit Concilie stelde de regels van de Tempelieren vast en gaf hen officiële erkenning. Bernard van Clairvaux kreeg de opdracht deze, uit 72 statuten bestaande, leefregels op te schrijven. De drie belangrijkste waren: armoede, kuisheid en gehoorzaamheid. De Tempelieren kregen een uitzonderlijke hoge zelfstandigheid waardoor ze boven de macht van de Bisschoppen, Koningen en Keizers werden verheven. Ze moesten alleen rekenschap afleggen aan de Paus. Dit was te danken aan de toenmalige Paus. Hij was voor zijn verkiezing lid geweest van de Cisterciënzers, en hij was een zeer goede vriend van St. Bernard, de hoofdadviseur van de Paus. Dit was niet het enige voorbeeld van de vriendjespolitiek die er in de eerste jaren bij de orde heerste.vrome aristocraten volgden het voorbeeld van de schenking van Ballontrodoch en gaven vrijgevige schenkingen aan land en rijkdom. Hun ledenaantal groeide snel, zodat ze zich al vlug konden meten met de belangrijkste families in West-Europa. De Provence en de Languedoc-Roussillon streken in Frankrijk werden hun hoofdbasis. Vanaf hun stichting tot de val van Acre, oefenden de Tempelieren een grote invloed en macht uit in het Heilige Land. Ze bewaakten de Pelgrims routes, ze transporteerden manschappen, materialen en pelgrims.
Dit was allemaal heel belangrijk, maar het was slechts een deel van hun activiteiten. Ze bouwden kastelen op strategische plaatsen, speelden een veelbetekende militaire rol en stichtten belangrijke basissen over heel het Heilige Land. Zo ver gaand dat ze een van belangrijkste krachten waren in Jeruzalem. Ze werden al vlug bekend om hun moed en onoverwinnelijkheid op het slagveld.
Alhoewel hun reputatie voor hun leiderschap en tactieken niet zo hoog lag. Hun uitgebreide en dure militaire activiteiten in Palestina werden onderhouden door winsten van hun goederen en activiteiten in West-Europa.
Bernard van Clairvaux was een belangrijke figuur in de geschiedenis van de Tempelieren en één van de meest opvallende figuren van zijn tijd. Hij was een abt van het cisterciënzerklooster Clervaux en was mede verantwoordelijk voor de Tweede Kruistocht. Hij werd beschouwd als de vader der Tempelieren.
In 1184 verworven ze samen met hun schriftelijke regels ook het recht om als kruisvaarders de bekende klederdracht met het rode kruis de dragen. Dit was echter alleen weggelegd voor de ridders. De rest moest het stellen met bruine of zwarte gewaden. De Tempelieren hadden ook een eigen symbool, een paard met daarop een Tempelier en een hulpeloze pelgrim.
De Tempelieren waren een volwaardige orde die alleen onder pauselijke macht viel. Ze waren dus machtig, zo machtig dat de koningen er niet meer in zouden kunnen slagen hen in het gareel te brengen. Maar alhoewel ze veel macht en rijkdom hadden, viel dit toch niet te zien in het dagelijkse leven van de Tempelier. Dit had veel te maken met hun strenge leefregels. Men streefde naar discipline, waardoor elke mogelijke luxebehoefte uitgesloten werd, vooral inzake kleding en voedsel. Daarenboven mocht men zich niet aan de lusten des levens begeven. Wat natuurlijk betekende dat vrouwen in geen geval toegelaten mochten worden tot de Tempelieren. Wel mochten de mannen getrouwd zijn.
De mannen hadden allemaal kort haar en een lange baard. Iedereen sliep alleen en er was constant een licht om de Tempelieren op eventueel gevaar attent te houden. Ook in geval van strijd of oorlog golden er bepaalde regels. Zo mocht men nooit om hulp vragen of om genade smeken. Daarom werden de Tempelieren gezien als zeer dappere strijders en het schijnt dat de beste strijders van die tijd van de Tempelorde kwamen. Daarom was het zo dat deze orde eeuwen stand heeft gehouden alvorens onder de constante druk van koningen te lijden.
Door de decennia heen groeide de rijkdom van de Tempeliers. In het begin was dit vooral te danken aan de schenkingen die ze van verschillende bronnen ontvingen. Maar de Tempeliers wisten natuurlijk dat dit niet zou blijven duren, dus besloten ze zich te specialiseren in een bepaald vak. Dit was namelijk het bankieren en dat was heel opmerkelijk voor die tijd. Hierdoor verzamelden ze een ongelofelijk vermogen. Dit oversteeg vaak het bedrag van koningen en adellijken met gevolg dat ze zelfs leningen uitstrekten aan de paus en de koningen van Engeland en Frankrijk om bv. oorlogen te financieren.
Dit gebeurde op een zeer ontwikkeld niveau omdat de Tempeliers, ondanks dat ze verbonden waren met de landen, nooit tussen de al dan niet strijdige landen kwamen. Men sprak van een internationaal broederschap. Als er al twisten waren waarin de Tempeliers zelf deel van uitmaakten, dan had dit meestal te maken met de Johannieters en de verdeling van rechten en plichten in het Heilige Land. Materiële rijkdom was in de vroege 12de eeuw altijd gelijkwaardig met het land dat je bezat.
De Tempelieren bezaten veel grond, verspreid van Denemarken, Schotland tot Frankrijk, Italië en Spanje. Hun handelsbelangen waren indrukwekkend en zéér verschillend, enkele voorbeelden: boerderijen, wijngaarden, steengroeves en mijnen. Enerzijds dankzij de vergoeding van het beschermen van Pelgrims en anderzijds voor het behouden van de communicatie met hun moederbasis in het Heilige Land, hadden de Tempelieren een goed georganiseerde vloot die elk ander land overtrof. Voor militaire doeleindes hadden ze veel hoogtechnologische oorlogsschepen met rammen.
En voor meer vredelievende doeleinden hadden ze veel schepen die vooral tussen Italië, Frankrijk, Spanje en het Heilige Land voeren. Hun hoofdzetel in de zeevaart was Mallorca, terwijl hun hoofdhaven in het noorden die van La Rochelle, vanwaar ze handel met Groenland, Groot-Brittannië, Noord-Amerika en Mexico voerden, was. Na 50 jaar konden ze zich op economisch vlak met ieder ander land meten en na 100 jaar beoefenden ze nagenoeg ieder mogelijke economische activiteit en waren ze veel rijker dan ieder land in Europa. Het effect dat de activiteiten van de Tempelieren had op de Europese cultuur en handel was opmerkelijk en toch beschouwen veel kerkelijke historici de orde als een bende ongeletterde ridders.
Deze zogenaamde 'ongeletterde ridders' ontwikkelden geavanceerde en gecodeerde middelen van communicatie die taalkundige belemmeringen , die anders de commerciële uitwerking van hun activiteiten zou kunnen verbrokkelen, overtrof. De dingen die ze verhandelen waren niet alleen materialistisch, ze zorgden er ook voor dat hun technologieën en ideeën werden verspreid.
Het netwerk van de Tempelieren was het meest gebruikte netwerk waarmee kennis van astronomie, wiskunde, kennis van kruiden en van de genezing werden verspreid van het Heilige Land naar Europa. Onder de vele technologieën die de Tempelieren naar Europa brachten bevonden zich deze: mond op mond beademing, de telescoop en een promesse (een document waarin iemand een belofte doet tot betaling, een oude vorm van een factuur) een boekhoudkundig hulpmiddeltje dat ze van de Sufis van Islam verkregen. De Tempelieren waren grote bouwmeesters. Op hun eigen landen bouwden ze versterkte burchten, boerderijen, bijgebouwen, molens, slaapplaatsen, stallen en werkplaatsen. Veel van hun burchten, vooral in Zuid-Europa en het Heilige Land, waren gebouwd op strategische plaatsen die heel moeilijk te bebouwen vielen. Ze waren beroemd om hun strategische waterburchten aan kusten of rivieren. De klassieke ronde Kerken van de Tempelieren, gebaseerd op achthoekige geometrie en waarschijnlijk gebaseerd op het ontwerp van de grafkelders van de kerken in Jeruzalem, waren zulk een apart kenmerk van de Tempelieren bouwkunde dat het kenmerkend verschijnsel voor hun activiteiten of betrokkenheid was. Dit type van gebouwen was slecht een klein gamma van hun bouwondernemingen. Het merendeel van de Kerken van de Tempelieren waren kleine, onversierde, vierkante gebouwen met apside eindes.
Volgens veel geleerden waren de Tempelieren betrokken bij het financieren en bouwen van de Gotische kathedralen. Met deze stijl trad een nieuw tijdperk aan in het kerkelijk ontwerp en kunst.
Dit is geen gevolg van de Romaanse kunst die ervoor heerste, maar waarschijnlijker ontstond hij nadat de Tempelieren terugkeerden van hun opgravingen in Jeruzalem. Met het bouwen van burchten door de Tempelieren kwam er een snelle grote verandering. De Tempelieren bouwden burchten op heuvels zodat ze een goed uitzicht hadden op de omstreken. Voor de Tempelieren was Europa een hegemonie van kibbelende staatjes, landen en koninkrijken. Lange afstandshandel was onbekend, buiten overzeese handel, en alle reizigers waren kwetsbaar voor rovers en uitbuitingen van de lokale landheren die tolgeld vroegen voor een veilige doorgang door hun landen. Steden waren relatief klein en machteloos, vaak ook nog het slachtoffer van de allesomvattende wil van de lokale heerser, hetzij Kerk of Hertog en dies meer. Maar met de komst van de Tempelieren kwam hier allemaal een einde aan. De Tempelieren zorgden niet alleen voor de Pelgrims die naar het Heilige Land trokken maar voor alle reizigers. Ze controleerden niet alleen de Pelgrimroutes in Oost-Europa en het Heilige Land, een gesofisticeerd netwerk verbond alle grote steden van die tijd met elkaar.
Dankzij de Tempelieren was het nu mogelijk om zowel als pelgrim als handelaar veilig door Europa te reizen. Een andere vernieuwing die de Tempelieren brachten was het verder verhogen van de veiligheid van de handel door het
versnellen van het brengen van een balans in macht tussen de vechtende feodale heren en steden. Dit systeem was een efficiënt en ingenieus bankier systeem.
De ondergang
Filips de Schone (1268 - 1314), de Koning van Frankrijk was een van de vele heersers die diep in de schulden zat bij de Tempelieren. Dit was één van de redenen waarom hij er zo op gebrand was om de Tempelieren te vernietigen. Als jonge man was het hem geweigerd om lid te worden van de Tempelieren. En dat vormde al een tweede reden. Tijdens een periode van onrust in zijn bijna failliete landje zocht hij toevlucht in de tempel van Parijs. Daar bij al het goed zag hij dat hij als hij zich wilde redden zich van de schuldenlast bij de Tempelieren moest ontdoen.
Hij zou al vlug een manier vinden om de Tempelieren te kunnen vernietigen. In de tijd van de Inquisitie was het niet moeilijk om iemand te beschuldigen, met een paar loze beschuldigingen kon je al vlug iemand laten terechtstellen. De Inquisitie had al jarenlang hun folteringen ongestraft kunnen uitvoeren en perfectioneren, zodat je wel moest bekennen als je in hun handen kwam.
Filips wist dat er contacten waren tussen de Tempelieren en de Islamieten. Ook had hij enkele afvallige ridders omgekocht om hun vroegere orde als ketters te beschuldigen. De dood van de Paus gaf hem de gelegenheid om een opvolger te kiezen. De opvolger was Clement V, hij was een zwak figuur en kon totaal niets inbrengen tegen de koning. De heksenjacht was open. In 1306 werd dan uiteindelijk Grootmeester Jacques de Molay opgeroepen door de zwakzinnige paus Clement IV om zijn verwacht lot te ontvangen.vrijdag 13 Oktober 1307 werd Jacques de Molay, de grootmeester van dat moment, samen met 60 andere hogere ridders gearresteerd in Parijs. Tegelijkertijd werden duizenden andere Tempelieren in heel Frankrijk opgepakt. Enkele konden ontsnapten, het nieuws ging als een lopend vuurtje door Europa waardoor er velen konden vluchten. Hier komt het ook vandaan dat vrijdag de 13de een ongeluksdag is voor sommigen. Op bevel van de koning werden de Tempelieren door ongekende martelingen gedwongen om toe te geven dat zij schuld droegen inzake godschennis, aanbidding van occulte wezens, het dragen van vrouwenkleren, toverij en onnatuurlijke lusten. De koning had zelfs het lef om de Tempelieren de kosten van hun opsluiting te laten betalen. In 1308 beval Clement om iedere Tempelier een verklaring af te laten leggen. Deze verklaring gebeurde op basis van 127 verschillende artikelen. In 1310-11 had de paus zelf de verklaring afgenomen van 72 Tempelieren, waarvan bijna allen hun "zonden" toegaven.
Hij wou hiermee bewijzen dat niemand zijn goddelijk charisma kon weerstaan. Wat het volk echter niet wist, was dat deze Tempeliers al van tevoren bekend hadden nadat ze gedurende lange tijd gemarteld waren.
De straf die al de Tempeliers voor deze zonden moesten ondergaan was de brandstapel. Hier zouden ze dan levend op verbrand worden.
Het zou geen eerlijke wereld geweest zijn, als ze niet de kans gekregen hadden zichzelf te verdedigen. Die verdediging kwam er dan ook. 546 Uitgeputte, gemartelde Tempeliers mochten zich ter verdediging opstellen waarvan het merendeel nog maar pas lid van de orde was.
Vier van deze werden uiteindelijk gekozen en zouden in de onderzoekscommissie opgenomen worden. Maar raar genoeg kreeg de commissie te horen dat deze vier te Sens geëxecuteerd zouden worden zonder uitstel.
Dus van verdediging was geen sprake. Ook van het buitenland kwam er weinig assistentie, wat vooral lag bij het feit dat Filips hier niets om gaf.Uiteindelijk werd Jaques de Molay en Geoffroi de Charney, de commandant van Normandië, publiekelijk verbrand. Vlak voor zijn dood vervloekte de Molay de koning en de Paus. Ze stierven beiden nog datzelfde jaar, en de koning zijn zonen bleken onvruchtbaar zodat er geen erfgenaam was. Toen de vertegenwoordigers van de koning bij de schatkamers van de Tempelieren aankwamen was alles verdwenen. De vloot van de Tempelieren was uitgevaren en velen zochten hun toevlucht in Schotland.reacties op de onderdrukking van de Tempelieren verschilden van land tot land. Duitse ridders voegden zich bij andere ordes, in Portugal veranderden ze gewoon hun naam en mochten gewoon onder koninklijk bevel verder bestaan, Vasco de Gama was een lid en Prins Henry was een grootmeester van deze orde. De Aartsbisschop van Compostella pleite nog bij de Paus voor vrijlating van de Tempelieren omdat hun hulp hard nodig was bij het bevechten van de Moren. Deze nood aan ridders werd later opgelost door ex-tempelieren de kans te geven om voor andere ordes te vechten. Maar toch verdwenen gewoonweg vele Tempelieren, volgens sommige geleerden zelfs om de gevreesde piraten te worden.
Bron: http://www.ordotempli.org/history_of_the_knights_templar.htm
Bron: http://www.geocities.com/tempelieren/
Groot-nederland.org kan niet aansprakelijk gesteld worden voor de inhoud van deze website en eventueel onjuiste informatie op deze website. Alle informatie wordt u aangeboden zonder enige garantie van correctheid, zowel in uitdrukking als in aanduiding.