Geschiedenis van de vrijmetselarij

Waar, wanneer en hoe de vrijmetselarij is ontstaan is niet met zekerheid te zeggen. Vast staat, dat er reeds in de 16e en 17e eeuw loges bestonden, maar deze werkten los van elkaar, zonder enig organiek verband.

In het jaar 1717 kwamen op de 24e juni vier Londense loges bijeen in de taveerne ‘Apple Tree’ in Covent Garden. Deze vier loges vormden zich tot een maçonnieke Grootloge. Op die dag deed de georganiseerde vrijmetselarij haar intrede. Engeland is dan ook de bakermat van de vrijmetselarij, die zich in de loop der jaren over de gehele wereld heeft uitgebreid.

In 1723 verscheen een door de Engelse predikant Anderson samengesteld wetboek: de ‘Constitutions van Anderson’. Daarin bevindt zich niet alleen wetgeving (regulations), maar ook een min of meer mythische geschiedenis van de vrijmetselarij, alsook liederen die in die tijd in loges (tijdens broedermalen) werden gezongen.

Het meest bekende deel uit de Constitutions zijn de ‘Oude Plichten der Vrije Metselaren’ (Old Charges). Die Oude Plichten zijn nog steeds richtinggevend in de huidige vrijmetselarij. De vrijmetselarij staat daarom in een oude traditie, zowel wat gewoonten en gebruiken, als wat de inhoud van de ritualen betreft.

Al vanaf 1734 kende men in Nederland loges, die toen nog ressorteerden onder de Engelse Grootloge. Maar in 1756 verenigden de loges in Nederland zich tot een eigen Grootloge, onder de naam: ‘Grote Nationale Loge der Nederlanden’, later gewijzigd in de ‘Orde van Vrijmetselaren onder het Grootoosten der Nederlanden’. Zij is een van de oudste verenigingen in ons land.

De invloed van de vrijmetselarij is vanaf de achttiende eeuw in delen van de wereld aanzienlijk geweest. Bekend is b.v. de invloed van de vrijmetselarij op de totstandkoming van de Constitutie van de Verenigde Staten van Noord Amerika.

Veelal wordt er van uitgegaan, dat de huidige vrijmetselarij haar oorsprong vindt in de middeleeuwse bouwgilden (operatieve vrijmetselarij). Geleidelijk zou zich dan een overgang van ‘operatieve’ naar meer ‘speculatieve’ vrijmetselarij hebben voltrokken. Met als bakermat: Engeland, Schotland en Frankrijk.

Anderzijds wordt de vrijmetselarij door sommigen ook wel beschouwd te behoren tot,  wat men wel noemt,  een ‘derde cultuurstroom’ naast christendom en humanisme. Tot die ‘derde stroom’ rekent men  ook  alchemistische-  en rozenkruisersgroeperingen . Een cultuurstroming die er door alle eeuwen al wel geweest is, maar vooral vanaf de Renaissance aan betekenis wint.


Kathedralenbouwers en de vrijmetselarij

Het begin van de vrijmetselarij moet op een of andere wijze in relatie hebben gestaan tot de bouw van de middeleeuwse kathedralen. Hoe precies, dat zal wel nooit bekend worden, wanneer precies evenmin.  Maar de verbinding wordt wel zo gevoeld.

Lees meer over kathedralenbouwers en de vrijmetselarij.

 


Het Regius manuscript

Het Regius manuscript is één van de oudste bronnen van de vrijmetselarij. Het gebruikt als bron om de plichten van de vrijmetselaar te omschrijven.

Lees meer over het Regius manuscript.